April mag dan de wreedste maand zijn, augustus heet de stilste.
Geen matineuze zang van merels op het dak, vogeltjes die de Lof van Hun Schepper zingen.
(Ik moet denken aan een opstel van Godfried Bomans waarin alle voorgestelde opstelonderwerpen verwerkt werden. Als de wind de zeilen bolt. En nu de ramen open. De robot herkent trouwens geen verbuiging).
Wel hoor ik door die open ramen af en toe een Turkse tortel of een houtduif. De haan kraait op de onmogelijkste ogenblikken van de dag.
Maar wat heet rustig, op het gebied van vogelzang. Eksters, kauwtjes, Vlaamse gaaien en kraaien zingen dat het een aard heeft. Wie ontkent dat dit zingen heet voeg ik toe: het staat u niet fraai.


Recente reacties