‘Wat is er gebeurd?’
‘Niets.’
‘Niets…?’
‘Ik schuifelde op Je t’aime met de mooiste jongen van de klas. Alle meiden jaloers.
Hij nam me mee naar het fietsenhok, maar daar stonden al twee stelletjes. En de bezemkast vond meneer vies. Dus waren we meteen weer terug en werd ik uitgelachen. Traumatisch! Binnen een etmaal was ik al mijn vriendinnen kwijt.’
‘Had Bechold zijn handen op uw billen?’
‘Ja, dat deed iedere jongen toen.’
‘Groepsgedrag is abject, mevrouw.
Doet u bij mij eens voor waar hij zijn handen had…
O, ja, dat voel je. Oh… ik bedoel, uiterst seksistisch. Dat zou mijn vriendin nooit doen.
Sigaretje?’
‘U rookt toch niet, mevrouw Fik?’
‘Aannemelijk maken, daar gaat het om in de rechtspraak.’


Rechtspraak is inderdaad maar al te vaak toneel en heeft jammerlijk genoeg niet altijd te maken met rechtvaardigheid.
@Nele. Dat wringt heel vaak.