Goort Perdam, Flierefluiter en Fons zitten zwijgzaam rondom een knapperend houtvuur. De kruik gaat rond. Niet een keer maar tig keer. Ze hebben een dilemma dat zich niet een twee drie laat oplossen. Het gemeenschappelijk besef smaakt zuur en lijkt niet weg te spoelen met jenever. Tot op de bodem moeten ze gaan. Ook als de kruik uiteindelijk leeg is.
Hoe kunnen ze in hemelsnaam het nog goedmaken. Goedmaken met hun beste vriend. De wolken waarin ze zweven beginnen heel langzaam te wijken. Nog heel even en dan valt de hele bliksemse boel uit elkaar. Dat mag niet gebeuren. Op de aardkloot onder hen zien ze een klein jongetje met wit stekelig haar droevig voor zich uitstaren. Merijntje moet gered.

Tja, ik mis misschien iets? Vraagt om wat meer info, maar wel hongerig naar meer..