Sociologen, antropologen… het waren allemaal ‘gogen’. Zo ook Kees Jan. Alternatief gekleed, geitenwollen sokken in plastic schoenen. Hij had geen portemonnee maar een geldbuideltje aan zijn broek. Al vroeg door zijn haar ‘gegroeid’, een vlasbaardje was overgebleven.
Je rook hem aankomen, want afgezien van die sokken en schoenen, rookte hij pijp met toffee-tabak.
Hij voerde graag een filosofisch gesprek. Met de Hells Angels kun je dat beter niet doen, tenzij je van vliegen houdt…
Als wij een biertje dronken, blies Kees Jan in zijn hete brandnetelthee. Dat verspreidde een onaangename geur, want hij was macrobioot.
Kees Jan zat niet achter de meiden aan. Hij hield zich meer bezig met een notitieboekje; hij wilde schrijver worden: ‘Ooit leest iemand mijn verhaal.’


@Han. Dit type ‘goog’ komt me bekend voor 🙂
Geitenwollensokken zie je zowel los als aan elkaar geschreven. Wat zegt Het Groene Boekje?
@Ewald. Leuk dat je die uitdrukking kent.
Ik heb geiten wollen sokken eerder gebruikt in stukjes. Het wordt los geschreven, althans het staat niet aan elkaar in Het Groene Boekje. Geitenwollensokkentypes dan weer wel.
@Han. Dan ben ik daarmee in de war. Ik heb er ook nogal wat gekend in de loop der jaren.
@Ewald, Het was een apart ‘volk’.
Foutje. Tekst weggehaald.
@Han: zijn het geen ‘ogen’ in plaats van ‘gogen’? En: heeft Kees-Jan zich later Han laten noemen?
@Lisette. Nee, die mensen werden ‘gogen’ genoemd. En ik ben niet Kees Jan. Ik heb gelukkig al mijn haar nog en kleed me niet alternatief, maar houd van mooie kleding.
Keea Jan leeft bij Koot en Bie nog wel voort