Bevreemd kijkt de vergeetachtige dief naar zijn trillende linkerhand die een gouden kaarsenstandaard vastklemt maar er zitten ook bloedsporen aan. Hij kan zich niets herinneren van een worsteling met de baron of iemand van zijn personeel . Die lagen allemaal vredig te slapen door het slaapmiddel dat hij in de soep had gedaan.Dat wist hij zeker hoewel hij nu twijfelt of hij niet teveel heeft gebruikt. De oude vrouw had hem nog zo gewaarschuwd. De dief wordt steeds angstiger.Zijn broer zal hem kunnen geruststellen. Maar waar is die gebleven? Heeft hij hem in de steek gelaten? Als hij om kijkt ziet hij zijn broer naderen maar diens blik belooft niets goeds.Zeker niet als hij de gapende wond op zijn voorhoofd ontdekt.

Recente reacties