‘Heeft u uw declaratie wel ingescand, meneer Vreeswijk?’
‘Jazeker heb ik die gescand.’
‘En door wie was u doorverwezen?’
‘Ik ben verwezen door mijn huisarts. Wilt u niet steeds contamineren, mevrouw?’
‘Pardon, contamineren…?’
‘Als u zegt “door wie was u doorverwezen”, dan zegt u feitelijk “door wie was u doordoorgestuurd”, begrijpt u?’
‘Nee. Maar inmiddels heb ik het uitgeprinte exemplaar voor me liggen.’
‘Nu doet u het weer!’
‘Wat, meneer Vreeswijk?’
‘Contamineren: of je draait een document uit, of je print het.’
‘Uw aandoening is chronisch. We betalen gewoon uit, hoor. Ik verexcuseer me.
‘Het is: ik excuseer of verontschuldig me.’
‘Ik zie dat inscannen en uitprinten in het Groene Boekje staan, meneer Vreeswijk!’
‘Goedemiddag, met de Taalunie.’
‘Met Vreeswijk…’


Han: je broer! Nu weten we het eindelijk!
@Berdien. Haha! Als ik het niet dacht. Daar krijg ik reacties op…
@Han. Ik dacht niet aan een broer. Eerder een alter ego, m,aar dat heb ik volgens mij al eerder geopperd.
@Ewald. Ik heb hier een tandartsrekening liggen die ik nog moet scannen om te declareren. Zo ontstond een verhaaltje waarin de heer Vreeswijk van pas kwam. De verhalen liggen nog dichterbij dan op straat.
@Han. Heerlijk dat gekissebis. Zou de Taalunie hem hebben doorverwezen oeps verwezen haha.
@Mara. Dank je. Ik denk dat de Taalunie de hoorn op de haak heeft gegooid.