Bij Ankeveen moet ik toch echt tanken. Met dit warme weer heeft mijn auto nauwelijks zuiniger gereden; te vaak in de file naar het strand gestaan, vermoed ik.
Het vulpistool steek ik in de tankopening en ik ruik de benzine. ‘Best een lekkere lucht, dat heb ik altijd al gevonden,’ zeg ik. ‘Jij bent gek,’ wordt er gezegd.
Ik kijk over de Ankeveense Plassen: ‘Als het nu januari was met deze luchtstroming en langdurig hogedrukgebied, hadden we heerlijk kunnen schaatsen. Misschien zelfs een Elfstedentocht.’
‘Als je gaat betalen, neem dan ijsjes mee,’ wordt er gezegd. ‘En vooral een petje.’
‘Een petje…?’ vraag ik.
‘Ja,’
‘Hoezo een petje, en voor wie dan?’
‘Voor jezelf, want het gaat niet goed met je.’


@Han. Medeleven met de hp. Hij ijlt. De kans op nóg zo’n zomer is veel meer waarschijnlijk dan een Elfstedentocht. Zakje met ijsklontjes op zijn hoofd en dán een petje erop.
@Ewald. Je moet hoop houden!
Haha, ik dacht eerst wat een onzin, maar daarom een leuk einde.
@Lousjekoesje. Het blijft flauwekul.
hou het hoofd koel!