Op de boot is het een groot feest. De bloemen worden buitengezet. De ijsbloemen, want het vriest dertig graden. Voor captain Haddock, geen enkel probleem. Die drinkt zich wel door de vrieskou heen. Met whiskey en whisky, andere dranken lust ie niet. Hij is best van de kieskeurige. Maar hoe moet dat nu als straks de voorraad op is?
We dobberen hier op de grote Atlantische, de eerste haven is nog ver weg. Haddock heeft de grootste lol. Hij ziet geen enkel gevaar. Maar de rest van het gezelschap zet het op een bibberen. Niet iedereen is van de whisky en de whiskey. Er moet hier snel iets gebeuren. Straf, de jenever, waar is die gebleven? Over boord gesmeten? Nee.

Niks dertig graden vriezen. Zesentwintig graden schijnen. Lokaal. Ik hen maar een wit biertje genomen, in het donker van de avond.