Neef Jan woont nog maar één week in de Jan van Galenstraat in Amsterdam.
Recht voor zijn deur is café de Blinkerd. De burgemeester laat dit café sluiten wegens het feit dat het een ‘sleutelplaats’ is, ze doen in snuffelhandel. Gisteren is er iemand doodgeschoten. Jan woont dus eerste rang!
Nu ziet hij een zwijntjesjager aan het werk.
‘Amsterdam daar gebeurt het’, zeggen zijn oude vrienden van thuis. Hij is tweedejaars rechten, lid van Lanx, een katholieke studentenvereniging, waar hij inmiddels helemaal mee vergroeid is. Het geeft hem een anker in deze stad. Jan komt van het platteland, Grol uit Drenthe.
Hij is één met Mokum geworden, de Albert Cuyp, Leidseplein, de Jordaan, ‘Tulpen uit Amsterdam’ is zijn lijflied geworden!

Zo treffend mooi beschreven!
Dank je o_verschreef!