Twee balken staan loodrecht op elkaar en snijden elkaar. ‘Andreas is Christus aan het kruis gestorven?’ Andreas slaat een kruis. Zo hard dat zijn gedachten op hol slaan. Een ramp. Gelukkig staat het Rode Kruis toevallig om de hoek. Die gooien kruis of munt. Behoeft deze balk wel hulp. Munt. Opluchting. De Rodekruisenaren geven de balk het heilige kruis na. Doeg!
Toch stiekem een zware belasting. Andreas is uit zijn kruis gescheurd, zo zwaar draagt zijn last. Hij voelt zich in zijn kruis getast door de Rodekruisenaren en besluit een halve toon hoger te zingen. Te jodelen. Op zijn Moldavisch. Dubbel. Een goede verstaander ziet dat het muziekstuk vol kruisen en mollen staat Dove mollen. Want blind zijn ze al.

Tsja, wie draagt er dan ook een broek op het kruis? Dan vraag je om problemen, toch?