‘Kijkt u eens. Prachtig kalfsvlees. Blank is toch het mooist, eh… wat betreft vlees om te braden, bedoel ik uiteraard, mevrouw.’
‘Doet u maar een kilo, graag in mooie plakken gesneden.’
‘Komt voor elkaar. John, de knecht, snijdt het keurig voor u af.’
‘Nou nou…?’
‘Niet goed, mevrouw?’
‘Knecht…?
‘Niet goed? Hij heeft al zijn diploma’s.’
‘Ongetwijfeld, maar hij is toch geen knecht?! Kom nou, slager.
‘Bakkersknecht, slagersknecht… Hoe moet je ze dan noemen? Assistent of zo? Een ambachtelijke naam hoort bij een ambachtelijk beroep.’
‘Ik heb er toch moeite mee, slager.’
‘Moet ik het dan maar voor u afsnijden?’
‘Nee, ik ben ruimdenkend, hoor, slager.’
‘Fijn. John, wil jij hiervan een kilo in mooie plakken afsnijden voor mevrouw Simons?’


Goed stukje @Han
@Levja, dank je!
Gelukkig dat mevrouw Simons zo ruimdenkend is. Ha ha! Leuke, Han. <3
@Marlies. Jij snapt het! Dank je.
@Han: Ook voor mij was de laatste zin duidelijk, hoor. Juist die subtiele verwijzing vond ik dus goed.
@levja. Ja, daar twijfelde ik ook niet aan, hoor.
Mooi ironisch stukje, Han
<3
Nel, hartelijk dank!
grappige clou,