Op de Grasmarkt. Tien voor zeven. Het is al licht. Op straat zit een jongen. Hij zal begin twintig zijn, misschien nog jonger. Zijn gezicht is verkrampt van pijn. Hij houdt zijn hand tegen zijn bloedende slaap. Hij is knap ondanks of dankzij zijn pijn. Hij zou een Roma kunnen zijn, een tange. De omstanders kijken naar hem en zien een paar meter verderop de daders in een auto springen. Eenmaal in de auto gaan de ramen open, zodat ze naar hem kunnen wijzen. Hij ziet hoe ze hem uitlachen.
Iemand zei me: mensen zoals ik komen niet buiten, niet overdag. Je ziet ons alleen ’s nachts en daarna bij Opsporing Verzocht.
Waar gaan ze naartoe, vraag ik me af.

Recente reacties