Er waren eens een boel lettertjes, totaal wel zesentwintig. Klein klitten ze in elkaar maar toen ze volwassen werden, verhieven zich kapitalen. De zichzelf uitgeroepen bovenkast ging doodleuk op de onderkast staan. Zoals op de m van minuskel. En kraaide victorie.
Er was de letter E, ver verheven. Hij knutselde woordjes met lelijke letters die van drift schuimvlokjes klopten.
Er was de letter L die leed onder het schier onafzienbare lijden toch geen onbegrijpelijke lettertjes meer te kunnen schrijven.
De F die geen lettertjesagent wilde zijn, liet de E-letter zijn goddelijke winden waaien.
De letter m dacht, het ga jullie goed. Ik pak mijn letterbiezen; ik ben geen junk van de bovenkaste. Adieu, en moge de hartjes op jullie nederdalen.

@Mili: ik zou graag willen dat de letter m blijft. Een alfabet waar letters uit weglopen is geen alfabet meer, geen enkele letter is vervangbaar. (Behalve dan misschien de q en de x.)
Je bent een tovenaar met taal. Prachtig en hartje.
@Nele, wat een geestige en moedige reactie. Letter m loopt niet weg, in de echte zin des woords, maar wil de letters E, L en ook H niet meer tegenkomen noch andere letters die zich in hun aandacht wentelen. ELH, je kan er ook HEL 🙂 van maken, een zelf uitgeroepen letterelite die 120w knecht. En ocharme, de erbarmelijkheid van hun teksten.
@Peter, een taalcompliment waar ik trots op kan zijn. Dank je.
Mili, een goed geschreven, treurig stukje.
L’enfer c’ est les autres, schreef Sartre al.
alle letters verdienen hun plekje!