We moeten het taaltje van het hoedjesvolk gebruiken en het thema van de misdaad daarin verwerken. Het staat me tegen dat die arme sloebers er weer eens van langs mogen krijgen. Alsof het leven hen nog niet genoeg klappen bezorgt. Dat er echte boeven, zelfs moordenaars tussen zitten, dat is waar.
Maar dat heb je ook in de bisnis van het hoger echelon, daar waar alleen maar keurige taal wordt gesproken. De grootste criminelen laten zich niet vangen in een krententuin, nee, zij zijn meestal dik bevriend met de prinsemarij, ze dragen een das en werken op de beurs of in de politiek.
Het recht is een maat met twee gewichten. De misdaad loont voor de slechterik met twee gezichten.


‘Hoedjesvolk’: ‘kotjesvolk’ of bij ons ook ‘riftjeraftje’…