Altijd is hij weer op zoek,
hij weet iedere straat en kent elke hoek.
Hij schuifelt door de stad,
zonder doel en altijd alleen op pad.
Niemand die op hem wacht,
altijd angstig voor het vallen van de nacht.
Nooit komt hij ergens thuis,
vergeten is de veiligheid van een eigen huis.
Wie geeft hem eten,
is er nog iemand die zijn naam wil weten?
Waar moet hij naar toe,
zijn benen zijn wankel zijn lichaam zo moe.
Slapen en toch op je hoede zijn,
onder een brug of op een verlaten terrein.
Zijn treden zijn zwaar en vertraagd,
het beeld van zijn verleden langzaam vervaagd.
Dwalende als een geest,
op zoek naar de man die hij ooit is geweest.

@NellievanEijk: ik vind het mooi, maar wel triest. En dat er zoveel van die mannen (en vrouwen) op deze wereld ronddolen.