‘Ga je vanavond nog weg?’
‘Nee, hoezo?’
‘Waarom doe je altijd zo argwanend! Het is maar een vraag.’
‘Jouw kennende zal er vast wel meer achter zitten.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, dàt bijvoorbeeld.’
‘Wat, ‘dàt?’
‘Je begrijpt nooit wat ik zeg.’
Dat is niet waar!’
‘Dat is wél waar! ik merk het toch zelf? Alles wat ik zeg, ontkracht je; vooral in gezelschap. Volgens mij doe je het erom. Nou?’
‘Ik heb geen idee waar je het over hebt.’
‘Nee, dat zal wel niet! Je hebt nóóit een idee waar ik het over heb: je walst al over me heen sinds we elkaar kennen!’
‘Wat een onzin. Alles wat jìj zegt neem ìk met een korreltje zout. Dat is alles.’

dat wordt natuurlijk nooit wat met die relatie!
Nee, dat is zo, en het ergste is nog: het is ook nooit wat geweest.