‘Wat ruikt het hier schoon.’
‘Dank je.’
‘Is het al bijna klaar?’
‘Vijf minuutjes, roer jij even in die soepketel? Als het goed borrelt, mag het vuur uit. Dan dek ik de tafel vast.’
‘Doe ik voor je. Mmm, even een voorproefje nemen, kan geen kwaad… blèèègh, serieus, noem je dat smaak?’
‘Wat zeg je schat?’
‘Die smurrie is niet te vreten.’
‘Huh, normaal smul je altijd zo van pizza.’
‘Moet dit dan het toetje voorstellen? Lekkere nasmaak. Of is het voor morgen?’
‘Morgen is het snertdag.’
‘Snert… goeie benaming, maar hoort dat niet groen te zijn?’
‘Jawel, ik begin vanavond.’
‘Waarmee?’
‘Erwten wellen in de soeppan, ze moeten minimaal twaalf uur weken. Maar eerst die luiers uit de soda.’

Afgelopen zondag heb ik erwtensoep gemaakt. Gelukkig had jij dit stukje nog niet geschreven.
Leuk, lekker, humor!
Hartje, Han
We hebben een horecabedrijf gehad, Han, ik stond bekend om mijn heerlijke erwtensoep, die ik in de wintermaanden elke zaterdag op het stoepbord aanbood: Vandaag is onze soep snert.
Dank je voor je hartje
@ Dana. Wat leuk Dana. Ik ben gek op koken: allerlei gerechten.
Ik maak in de wintermaanden vaak bruinebonensoep. Heerlijk na het schaatsen!
Erg grappig! hartje!
Dank je voor je hartje, Janine 😀
Die blijft een poosje weg uit de keuken, gok ik …