Ik wilde schrijven over de paddenstoelen-sunami die ik aantrof in mijn voortuin. De paar dagen afwezigheid waren voldoende geweest om een fungi te vormen. Ook wilde ik schrijven over wat ik zag tijdens mijn autorit naar huis. Er hing een fiets uit de auto die voor mij reed. Bij iedere hobbel sloeg het stuur tegen de straatstenen. De fiets was bevestigd met een dik touw. Ik heb wat afstand gehouden van de fiets en auto. Wel zag ik dat de bijrijder de chauffeur met vaste regelmaat over zijn achterhoofd streelde en er korte tikjes op gaf, eerder dwangmatig dan liefdevol. Ondertussen piepte de zon achter een wolkenpartij vandaan. Daarover wilde ik schrijven. Helaas, het thema van deze week is Gieter.


Aardige observaties, maar het slotgedeelte slaat nergens op en maakt het een onsamenhangend geheel.
met vriendelijke groet,
Chris
Chris, vanaf welke zinsdeel wordt het onsamenhangend voor je? De observatie lopen door tot en met de zon. De laatste zin is een trucje om het weekthema in de observaties te krijgen. Bedankt voor je reactie overigens.
Vriendelijke groet, Ineke
Sorry: observaties met een s natuurlijk. En ik vergat ook de t bij tsunami. Zo, rechtgezet.
Beste Ineke,
Dit gedeelte:
Ondertussen piepte de zon achter een wolkenpartij vandaan. Daarover wilde ik schrijven. Helaas, het thema van deze week is Gieter.
De daaraan voorgaande observaties over auto, passagiers etc roepen iets op, iets wat staat te gebeuren. Maar het blijft ineens bij de constaering dat je een stukje over gieter moet schrijven.
Vreemd, in mijn ogen.
met vriendelijke groet,
Chris