Zijn naam was Peter, zo kende iedereen hem. Hij had een huis op de hoek van de straat, twee kinderen en een lieve vrouw. Van maandag tot en met donderdag was hij bij zijn gezin. De andere dagen was hij op zakenreis, tenminste dat dacht iedereen.
Zijn naam was Peter, zo kende iedereen hem. Hij had een mooi appartement op de hoek van de galerij, drie kinderen en een lieve vrouw. Van vrijdag tot en met zondag was hij bij zijn gezin. De andere dagen was hij op zakenreis, tenminste dat dacht iedereen.
Peter, de kleine dobber speelde een hoog spel! Hij voelde zich eigenlijk niet schuldig en viste nooit achter het net. Iedereen is zo tevreden, dat dacht hij.

Wat bedoel je in deze context met “dobber”?