Hij had het aan de broek hangen. Dè Zeeuwse uitdrukking hiervoor. Het betekende dat hij het gekochte stuk land niet door had kunnen verkopen. Een miskoop dus! Om toch winst te maken moest hij wat bedenken.
In de regen had hij stenen en andere rommel verwijderd en in de modder gespit, zodat hij het later kon inzaaien.
Zijn gereedschap liet hij op het stukje land achter.
Op de terugweg doorkruiste hij het vrome dorp met de zeven kerken.
Maar toen hij een paar dagen later terugkwam om in te zaaien bleek al het gereedschap gestolen!
‘Zeven kerken!’ Schreeuwde mijn overgrootvader. ‘Zeven kerken hebben ze hier!
Ze hadden beter zeven gevangenissen kunnen bouwen!
Met Jenever leste hij zijn dorst naar gerechtigheid.

Recente reacties