‘Dus die bankier is nu je minnaar, Fleur?’
‘Ja. Hij is fantastisch.’
‘En daar schaam je je niet voor?’
‘Waarom zou ik me daar in vredesnaam voor moeten schamen? Hij is zo lief en gruwelijk sexy!
‘Kwestie van ethiek. Of moraal. Hoe je het maar wilt noemen.’
‘Omdat hij nu ook een grote klant van me is?’
‘Ja, daarom! Mijn moeder had vroeger een woord voor vrouwen zoals jij?’
‘Nou zeg, vrouwen zoals ik!’
‘Meiden die met mannen slapen voor eigen gewin.’
‘Ik vind Jonathan onwijs aantrekkelijk.’
‘Zij noemde ze onderleggers.’
‘Onderlegger? Daar klopt dan toch niets van. Ik was degene die hem op de bank duwde en boven op hem kroop. Maakt dat me dan niet meer een onderzetter!’

Grappig hoe je in gelijk welke opdracht of onderwerp steeds weer jou thema weet te verwerken. 🙂
Onverbeterlijk? 🙂
of was hij de onderzetter