‘Bram, ik moet zo 25 kroketten gaan bakken en de mosterd is bijna op. Wil jij een potje gaan halen?’
‘Ja natuurlijk, maar waar? Ik weet hier heg nog steg.’
‘Nou je gaat links af. Dan ga je rechtdoor, twee kruispunten voorbij en dan weer links af. Daar is een grote supermarkt, met parkeerplaats zat!‘
‘Oké schat, ik ga gelijk weg, ben zo terug.’
‘Mam, de mosterd is op heb je nog?’
‘Bram is halen lieverd, hij zal zo wel terug komen.’
‘Ja maar waar blijft hij nou? Iedereen heeft z’n kroket al bijna op, mooi feestje is dit zeg… kroketten zonder mosterd!’
‘Oh daar is Bram al!’
‘Ja nou is hij te laat, we zijn klaar met eten hoor!’

Een veelbelovend begin Nicolette. Ik mis een beetje een clue op het einde.
dank voor je reactie @Inge, maar mosterd komt toch vaak na de maaltijd?