‘Ik zie het wel.’
‘Wat?’
‘Je lacht in je vuistje.’
‘Nee, hoor.’
‘Wat is er zo grappig?’
‘Niets, schat. Echt.’
‘Ik zie het wel.’
‘Nou, ja. Ik doe toch helemaal niets?’
‘Je houdt je lachen in.’
‘Sorry, het is zo-.’
‘Zo, wat?’
‘Zo niet jij.’
‘Hoe kun je dat zeggen. Ik heb één woord op het papier staan.’
‘Dat bedoel ik nou.’
‘Heb je niets anders te doen? Ik moet me concentreren.’
‘Vind je het niet gezellig dat ik meekijk over je schouder?’
‘Madeleine, ik moet een deadline halen.’
‘Ik…’
‘Stop met lachen!’
‘Ik bedoel, jij als Neerlandicus.’
‘Zeg het of ga je alsjeblieft elders nuttig maken.’
‘Je schrijft het met twee m’s.’
‘Stommerd! Het is een anagram van mosterd!’


Beste AnneJo, welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie