Het rook in het trapgat naar verlangen en sinaasappelthee. Ze liep achter hem aan met een dienblad met twee kopjes. Voor het eerst in zijn leven zou hij een meisjeskamer zien.
Zijn vrienden zouden toch naar de Waterstraat fietsen. Het was immers weekend. Dat betekende eerst bij zijn moeder thee drinken en daarna voetballen. Dat hij dit keer andere plannen had, deerde hen niet.
Hij was bijna boven toen de telefoon ging. “Even opnemen,” zei ze.
Het was zijn moeder. Hij moest onmiddellijk naar huis komen. Het was geen stijl zijn vrienden in de steek te laten. Hij gehoorzaamde, maar vervloekte zichzelf.
Nog steeds rook hij de sinaasappelthee. Het was al achtendertig jaar geleden. Pas achtendertig jaar. Het was gisteren.

@Hans In welk dorp ligt deze Waterstraat?