“Weet je wat ik ga nemen? Kabeljauw met rode kool en butter en eek.”
“Ach, ik begrijp die Volendammers niet, hoor. Eten ze rooie kool bij hun kabeljauw.”
“Ja, met butter en eek.”
“Butter en eek, ja. Maar vroeger bij ons thuis aten we altijd mosterd en boter bij de kabeljauw. Geen rooie kool, natuurlijk. Bietjes, dat aten we erbij.”
“Dus geen butter en eek?”
“Welnee, joh, dat kenden we helemaal niet in de Jordaan.”
“Wat is dat eigenlijk butter en eek?”
“Butter en eek is boter en azijn. Nou vraag ik je. Allemaal zure bende. Dan kun je toch net zo goed boter en mosterd nemen? Trouwens, in mosterd zit sowieso azijn maar dat smaakt veel beter bij kabeljauw.”

Die herhalingen van butter en eek vind ik erg grappig in dit stukje, vooral ook omdat ik er nog nooit van gehoord had.