“Met Maaike Zwart.”
“Goedemiddag, spreek ik met mevrouw M. Zwart? Heeft u enkele minuten?”
“Ja, maar ik sta op het punt …”
“Ik zou u graag enkele vragen willen stellen.”
“Ik heb eigenlijk geen tijd.”
“Het duurt niet lang, het gaat om een enquête over eetgewoonten.”
“Mijnheer, ik zei u net …”
“Dan doe ik de korte versie. Koopt u wel eens biologische mosterd?”
“Nee, hoort u dan niet…?”
“Mag ik u een hele mooie aanbieding doen? Twee potjes biologische mosterd voor de prijs van één.”
“En nú ben ik het zat. U hóórt toch, dat ik geen tijd heb? Smeer die mosterd voor mijn part in uw háár of doop uw telefoon erin, maar val mÃj er niet meer mee lastig!”


Heb zo het idee dat je in de twee zin u bent vergeten.
Verder een begrijpelijke dialoog.
tweede zin dus of zin twee ….
Levja, je hebt helemaal gelijk. Ik heb het aangepast. Dat heb je als verschillende versies door elkaar gaan lopen. Bedankt voor het melden.