Nu sluit ik mijn ogen,
en zoek het hogerop.
Met niemand iets te maken.
Ik hoef niets te doen.
Om manipadmé hum.
Zoveel leed.
Zoveel verdriet.
Honger op de wereld.
Moet iemand niet iets doen?
Om manipadmé hum.
Nu drijf ik langzaam weg.
Zweven in de leegte.
Want ik zoek balans.
Zonder iets te doen.
Om manipadmé hum.
Mensen red de wereld,
van al het aardse leed.
Verstikking in vervuiling.
Laat me mediteren.
Om manipadmé hum.
Ik kijk nu even neer,
op het aardse leven,
waar ik over zweef.
Er is geen balans,
maar kan nu niets doen.
Om manipadmé hum.
Veilig in mijn mantra.
Het ligt niet aan mij.
Ik mediteer voor ieder,
want iemand moet het doen.
ཨོཾ་མ་ཎི་པདྨེ་ཧཱུྃ


Dank je wel!