‘Er is niks’.
‘Wel waar’.
‘Niet. Waarom geloof je me nooit?’
‘Ik?’
‘Ja jij, wie anders?’
‘Ik geloof je alleen nú niet, anders geloof ik je al-tijd!’
‘Niet waar! Dat líeg je Evelien!’
‘O, dus nu beschuldig je me ook al van liegen?’
‘Ja, nou..’
‘Geef het maar toe?’
‘Ik geef niets toe want ik beschuldig je niet!’
‘Wel waar!’
‘Niet!’
‘Ik hoorde het toch zelf?’
‘Dat heb je dan verkeerd gehoord’.
‘O, dus nu ben ik ineens dóóf!’
‘Ja, op dít punt wel’.
‘En op een ander punt? Of punten?’
‘Dan niet’.
‘Dan niet?’
‘Nee’.
‘Maar wat is er dan aan de hand? Waarom voeren wij deze discussie?’
‘Omdat ik het idee heb dat wij langs elkaar heen praten’.

Recente reacties