“Op de markt is uw gulden een daalder waard”, zeg ik tegen de groenteman als ik weer een tas vol groenten en fruit voor een habbekrats mee krijg. Naast mij kijken twee vragende ogen me aan.
“Een daalder was een gulden vijftig”, leg ik mijn zoon uit.
“Een rijksdaalder was twee gulden vijftig, vijf cent een stuiver, tien cent een dubbeltje, 25 cent een kwartje en een gulden een piek.”
Mijn kind is weer wat wijzer maar de komst van de euro heeft onze taal armer gemaakt.
Ik weet nog dat mijn dochter toen ze een jaar of drie was, mijn lp’s op zolder zag, uitriep: “Mama, wat een grote zwarte cd’s!” Kijk, de muziekdragers hebben wel ons taalbeeld verrijkt.

Ook je titel vind ik geuzentaal.
Leuk Jolanda. 🙂
Volgens mij worden de termen dubbeltje, kwartje, etc gewoon nog gebruikt voor eurocenten, waarom niet?