Ik word wakker in mijn bed en ik kijk om me heen. Ik zet de radio aan en het eerste wat ik hoor is dat er een moord is gepleegd dichtbij mijn huis. Ik schrik. Ik hoor dat er een paar getuigen zijn. Ze hebben een rode auto gezien, en een man met een pet. Ik stap uit bed en ga douchen. Ik zie dat ik vies ben, ik heb modder op mijn handen en ik zie een pet liggen in de badkamer. Ik kijk uit het raam en ik zie een rode auto. Ik schrik me dood. Ik zie dat er in de wasbak een bebloed mes ligt. Ik herinner me niks maar ik ben bang voor de waarheid…

@Britta, er is weinig aan te merken op je stuk, behalve dan dat ik het wedstrijdthema er niet in herken.
Je zou er ook nog op aan kunnen merken dat liefst tien van de elf zinnen beginnen met ‘ik’. In totaal staat er zelfs 17 keer ik in de tekst en is er ook nog één verdwaald in de titel. Nuja, het perspectief wordt er in ieder geval wel duidelijk van.
@Kris, dat had ik inderdaad wel aan te merken. Het maakt van de tekst vooral een opsomming. Verder valt er weinig over te zeggen.