Het is voorbij, je bent nu dood.
Het doet me pijn, je werd nooit groot.
Traag en sloom,
Als in een droom,
Heb ik je vermoord.
Jouw gebeden, zijn nooit verhoord.
Ik zocht mijn weg, ik was het kwijt.
En ik sta bij je in het krijt.
Je wist nog niet wat ik moest doen.
Je leefde in een kinderschoen.
Nu heb ik rust, je bent nu dood.
Je was nog klein, ik ben nu groot.
En ik leef en ben je kwijt.
Het verdriet, mijn zelfverwijt.
Ik heb je lief, mijn dode kind.
Maar ik haatte je, ik was blind.
Ik zoek, maar je bent verdwenen,
Mijn jeugd, mijn pijn,
Weggestopt, dieper dan diep,
Onder harder dan hardere stenen.


In weet niet of je het kind in jezelf kwijt bent of dat je een kind verloren hebt. Hoe dan ook is het ontroerend.