Huiverend zocht ze haar heil in de lift van een flat in een dubieuze wijk van de stad. Als het meezat, kon ze hier een nachtje verblijven. Een soort koortsachtige slaap tussen droom en realiteit. Half sluimerend; op elk moment in haar privacy gestoord kunnen worden.
Ze zwierf. Ze was dakloos geworden, omdat ze haar droom volgde. Die droom was een illusie; de man een klootzak. Hij dumpte haar. Zij had definitief niets meer.
Wat had ze het koud en wat een honger. Honger kende ze nu wel. Het was voorjaar, toch lag er een laagje sneeuw. Haar eigenwaarde en zelfrespect waren ook ondergesneeuwd. Vriend noch familie bekommerde zich om haar.
Kut, plots ging de lift omhoog. Stairway to heaven?

Recente reacties