Toen ontwaarde de slagerszoon een worm. Nieuwsgierig probeerde hij de worm uit de grond te trekken. De pulserende beweging van de worm dwong het dier echter in tegengestelde richting. De slagerszoon besloot zijn object daarom uit te graven.
Daarna legde hij de kronkelende worm voorzichtig op de stoep.
Vlug rende het jongetje naar binnen om een aardappelschilmesje uit moeders keuken te jatten.
De slagerszoon had besloten de worm netjes te slachten. “Precies zoals pappa het altijd doet.”
Met een religieuze precisie sneed hij het dier doormidden. Bewonderend keek hij naar de twee kronkelende helften.
Tot zijn teleurstelling was er geen druppeltje bloed te zien.
“Bloed komt later pas”, begreep de slagerszoon wijs: “Als ik groot- en een echte slager ben.”


ik beet ‘m door toen broertje en zusje erom vochten. Verrek, daar zit weer een verhaaltje in.