Aan de overkant van de straat woont een vrouw. Elke keer dat ik opkijk van de computer spied ik even naar haar ramen. Soms meen ik beweging te zien. Ondanks de vitrage wend ik mij snel weer naar het beeldscherm.
Ik voel me betrapt; dan dommel ik even weg.
De vrouw is onze achtertuin ingelopen en stopt bij de druif. Bewonderend houdt ze in beide handen een tros druiven.
Ik ga achter haar staan en neem haar geur op. (Een vrouw moet je ruiken.)
“Ze zijn bijna rijp,” zegt ze, zonder om te draaien.
Ik sluit mijn handen om haar borsten.
“Lekker,” zegt ze.
Het wordt niet duidelijk waarop ze doelt want ergens in huis begint mijn vrouw met stofzuigen.

Recente reacties