Welgemoed stapte hij van de veerboot het windeiland op. Zij stond al op hem te wachten. Even weg van het werk. Zij zou hem het eiland laten zien. De duinen en het strand. De natuur. En daar ging het verkeerd. Na een lange avondwandeling lagen ze vanuit een duinpan kijken naar de oplichtende zee. Zij gleden zonder op te staan uit hun kleren. Gestrekt lag ze achterover terwijl zijn lippen haar buik beroerden en lager gleden. Op dat moment trilde en zoemde zijn mobieltje onder haar in het zand. Zij hief haar heupen omhoog, tastte naar het geluid en wierp het weg. Hij verloor zijn balans en proefde duinzand. Tandenknarsend kroop hij zich een weg in de bosjes. Dwaalspoor. Tesselschade.

Recente reacties