Een van mijn collega’s had de gewoonte om me ’s morgens met zijn hand wrijvend over zijn borstkas, met een van pijn vertrokken grimas op zijn gezicht en eeuwige sigaret in de mond te begroeten: “Moarn Johan, moast molke he?”
Op een goeie ochtend was hij er niet. Na even zoeken besefte ik dat hij zich verslapen had.
Ik liep naar mijn chef en zei: “Wite Roel is der net” terwijl ik met duim en pink het ‘bel je hem even?’ gebaar maakte, “Ik moat molke he!”
Hij keek me een beetje treurig aan, en antwoordde “Wite Roel is dea, hij is fannacht stoarn.”
Ik besefte dat zijn graai met grimas echt was, evenals zijn angst voor de realiteit.


Recente reacties