Het gekronkel, een duizend slangen, hangend boven de kuil, een prikje in de tenen.
Keihard rennen, kom niet vooruit, de hond op je hielen, een beet in de kuit.
Draaiend vliegen, vallen van hoog, de grond die nadert, dan de klap.
Mooie vrouw, hart dat overslaat, ze komt binnen, de kus die volgt.
Eén miljoen, in de handen, je bent miljonair, hij is gevallen.
Zacht gehuil, niet van jou, de baby is gekomen, uiteindelijk toch wel.
Dikke zwarte duisternis, geen steek voor ogen zien, een lichtje in de verte.
Een weerzien, oude bekenden, vergeten, maar wel dichtbij.
Een droom, een nachtmerrie, je kunt ze dirigeren, dus wees niet bang als je wakker schrikt,
geef er een draai aan.
Slaap zacht.


Denk mooie dromen … dan droom je ze.