Wij waren begin jaren zestig een wat ongewoon gezin. Mijn vader had uit de tropen een voorliefde voor pikant eten meegenomen. En ik had ook nog een verwoed vogelende broer met een schedelverzameling. Van vogels, uiteraard. Na een excursie kwam hij vaak thuis met verse buit, dwz. recent overleden vogels, die hij vervolgens in een pannetje uitkookte. Om de schedels te bemachtigen.
En toen kregen we een nieuwe hulp. Hoe ze werkelijk over ons dacht bleek pas na een poosje. Mijn broer was weer eens beladen thuis gekomen. Snel zette hij de wel erg dode vangst op het vuur en vergat dat natuurlijk prompt. Een flinke poos later klonk er in paniek: ”Mevrouw, volgens mij brandt de soep zo aan!”

Recente reacties