Jongens waren we, maar aardige jongens.
Als we niet naar het zwembad gingen, verzonnen we wat anders – ik vraag me vaak af wat we zouden hebben gedaan als gamen toen al bestond.
We sloopten een oude kinderwagen die bij het grofvuil stond en spijkerden de wielen onder planken die er ook lagen. Na veel zwoegen waren we bezweet klaar.
‘Ik mag het eerst op de kar, want ik heb het meeste werk gedaan.’
‘Nietes, en het zijn mijn spijkers.’
‘Jouw spijkers? Oké… Alsjeblieft.’
Razendsnel trok het vriendje de spijkers eruit.
We hadden niets meer.
Samen op de brommer, benzinegeld gedeeld, reden we een paar jaar later naar de stad: ‘Weet je nog wel, die kar…?’
Wat hadden we toch veel.


Han: toen spelen nog spelen was konden we nog echte verhalen vertellen.
@Berdien. Daarom blijven we spelen en verhalen vertellen.
terug naar de Titaantjes!