‘Hoezo, is er geklaagd? Vraag ik verbaasd. Ik wrijf mijn nek droog, waar de taaie substantie blijft plakken. ‘Sinds we met deze competitie begonnen zijn, hebben we een wachtlijst in moeten stellen voor deelnemers.’
Het probleem is dat jullie iets ingang gezet hebben, dat niet meer te stoppen is.’ De parkwachter van de gemeente kijkt mij streng aan.
‘Hoezo’? Vraag ik onschuldig. Achter me hoor ik een beginnende rochel. Ik wil hem waarschuwen, maar het is te laat. Het is een voltreffer. Niet alleen zijn nek, ook zijn haren zitten onder. ‘Dat bedoel ik dus’, schreeuwt hij woedend. Die verrekte Lama’s fluimen naar iedereen, die kennen geen competitie. De burgemeester is gisteren gespuugd, die wil dat die lama spuugwedstrijd ophoudt.

Die lama’s houden ons wel bezig, he? Had je stukje nog niet gelezen voor ik t mijne indiende. Een fluim van een lama is minder bedreigend dan van een mens, denk ik.