Waarom herlees ik Albert Camus’ “De Pest”? Na tientallen jaren!
Tijdens mijn Sahara rondreis in 1984 bleef Oran rechts liggen. Logisch na Albert Camus’ vernietigende beschrijving.
“De Pest” herlezend intrigeert het.
‘Kom binnen, ik heb me verhangen,’ treft Rieux aan op Cottards deur; deze heeft zojuist een zelfmoordpoging overleefd maar vreest dat de arts de politie waarschuwt.
De boekverteller verhaalt twee tramconducteurs, de dode Camps besprekend.
‘Koorts,’ zegt de een, ‘ hij had onder zijn arm gezwellen.’
‘Al dat blazen op zijn piston,’ meende de ander, ‘dat gaat je als zieke niet in je koude kleren zitten.’
Vannacht droomde ik over Jan Doosje, mijn rechterhand bij Wavin Zwolle, een fanatiek pistonnist uit Zwartsluis.
Associaties in leven, in slaap?
In de dood?

Recente reacties