‘Het spijt me meneer.’
Het had geen zin. De muren waren doof. Boven klonken voetstappen op de houten vloer. Ik keek naar de muur vol schimmelvlekken. Naar de drie krassen die ik met een afgebrokkeld stuk baksteen had gemaakt. Drie klote dagen.
Met mijn makker Jeremy inbreken bij die ouwe meneer Pieters, gewoon wat dollen. Pa zei al dat het een mafketel was. Ik wreef over mijn mik, die deed pijn van de honger. De stappen kwamen dichterbij. Ik was de pineut. Er klonk gerammel en een klik, licht scheen de kelder in.
‘Je bent aan de beurt, etterlijer.’
Ik dacht aan wat hij met Jeremy had gedaan, klemde mijn vuist om het stukje baksteen. één goede hengst was genoeg.

Recente reacties