Mesjogge Marie, met haar hassebassie in de hand, als elke dag.
En ik heikneuter Hans ben geen haar beter.
We behoren tot het uitschot, een stelletje kaaljakkers bij mekaar.
Waarom moest ze dan ook zo nodig die dure jajem jatten.
Vroeger maakte we nog wel eens een klapper, maar pa was een piegem en liet ons in de steek.
En nu zitten we bij de juten, met dure jajem die we niet mogen drinken.
“Hans, ik heb last van mijn kanes.” “Dan had je niet zoveel moeten drinken oma.”
Ze spuugt voor mijn voeten. “Vieskadet.” Ik zucht.
De juut komt naar ons toe. “Vooruit dan maar, voor een lammetje mogen jullie weg.”
“Neem ons niet in de zeik.” “Dokken dallesdekker.”

Recente reacties