‘Ik heb er tabak van, Nel.’
‘Waarvan?’
‘Van die etterlijers uit Noord die m’n winkel leeggappen. Eerst hebben ze heel Noord verpauperd en nu komen ze hierheen. Ze zijn al tien keer geweest deze maand.’
‘Hufters zijn het.’
‘En mot je luisteren, Nel. Pas kwam er zo’n dikkerd in m’n winkel. Zo’n grote Antilliaan met van die gouden tanden in z’n porum. Hij begon over protectiegeld. Het lijkt godskelere de maffia wel.’
‘Ga je de flikkers erbij halen?’
‘Ik weet het niet. Daar krijg je ook zo’n gezeik van.’
‘Nu heb je ook gezeik toch?’
‘Dat is ook zo. Ik weet het niet. Kom, we gaan effe buiten een saffie roken.’
‘Is goed.’
‘Godskelere Nel! Daar is weer zo’n bink!’

Het is Amsterdamse week zeker !
Goed geschreven!
En ook realistisch?
Hart
Heel naar. Zou zomaar een vervolg op kunnen komen!