Ieder jaar heeft zo zijn verzamelnamen. Wij zijn dol op verzamelnamen. Een verzamelnaam dat kopt makkelijk, bekt lekker, is makkelijk in slogans te plooien. Handig in te passen in vlot weglezende stukjes, 120 woorden en 140 karakters.
Bovendien, zo’n verzamelnaam vergemakkelijkt de gewenning, maakt dingen abstracter, lichter verteerbaar, moffelt miserie onder de mat.
De hoorn van Afrika: dat zijn landen als Ethiopië, Somalië, Eritrea en Djibouti. In de hoorn van Afrika wonen mensen. Miljoenen mensen van vlees en bloed die eens in de zoveel tijd dreigen dood te gaan van de honger.
Laten we niet alles zwart zien: de hoorn van Afrika mobiliseert onze potentie om het kalf niet helemaal te laten verdrinken. Als we snel zijn is er hoop.


Ik snap niet dat er nog steeds ‘ontwikkelingshulp’ naar “dat kind onder de evenaar” gaat. ’t Is toch een bodemloze put? 50 jaar geleden hadden de mensen er honger, nu hebben ze honger en over 50 jaar nog steeds! Er wordt daar zoveel geld over de balk gesmeten en telkens trappen we erin en blijven we gul geven alsof het niks is!!
Eten wij er een boterham minder? Wat is het alternatief? één vijfde van een continent gewoon laten sterven van honger? Een heel werelddeel onder curatele zetten kan ook, maar waar ben je dan mee bezig?