Ik hep een zwarte man die werrukt in de bouw. Als metselaar. Als tie zijn enkels al niet verzwikt om naar wijven te fluiten, zweet ie. Iedere dag heb ik een puist was als tie stinkend thuiskomt. Als tie thuiskomt, vaak gaat dat kreng eerst naar de kroeg. Dan krijg ik naast die putlucht ook nog een bierkegel in me mik.
Het weekend ronk tie, in un hempie op de bank. Benen wijd, armen wijd. Draadje kwijl op z’n bakkes. Ik dacht toen, ik zal dat kreng eens terugpakken. Ik pakte me tube lijm en metselde er z’n oksels mee dicht. Die zal de komende tijd niet meer stinken. Je geloof me niet, hè. Z’n zweet spoelde de lijm wég.

Die zal zijn naweek niet snel vergeten.
@Levja, ik merk op dat je de laatste tijd op iedereen en alles reageert. Alleen vraag ik me af: waar ligt de essentie van deze losse opmerking die m.i.niet inhoudelijk is te noemen?
Een leuk geschreven stukje, Mili. Ik zie de man op de bank voor m’n ogen.
Misschien kun jij me dat vertellen?
@Mili: the new Onslow is back and he’s black.
Ik vraag me nu af of hoeveel okselhaar jouw personage heeft. 🙂
@Nele, eerder had ze hem al geschoren. 😉 Dank voor je grappige reactie.
Gezien het Amsterdams accent van de zwarte een hoog Bijmer-gehalte.
Lekker semi-fonetisch, met zoals Herman Heijermans dat in zijn Falklandjes deed.
Griet Plus <3,
Chris
@Chris, een griet 😉 terug, dank voor je reactie en ook voor die van de laatste keer (het was me ontschoten) en het is zo lekker om eens min of meer fonetisch te schrijven. Maar laat ik nu denken dat het Haags was?