Zijn ogen waren fletsblauw, zijn wangen dooraderd. Door de jaren had ik zijn gezicht zien veranderen. Hij ook het mijne.
Mama nam ons mee naar de slager. Mijn zusjes, broertjes en ik stonden voor de koelvitrine waar we niet onze handjes op mochten leggen. Zij bestelde runderpoulet en gerookte worsten.
Kees, de slager, zei tegen mijn moeder: Leuk spul. Alleen die ene, ze loenst als de nete. Is ze van de melkboer?
De jaren gingen voorbij en mijn moeder deed niet meer de boodschappen. Ik werd alleen naar Kees gestuurd.
Hé, zei Kees, ben jij die van die, vroeger was je zo scheel als een jood. Bij het teruggeven van het wisselgeld, wreef Kees met zijn wijsvinger in mijn handpalm.

Boeh, wat een engerd. Zulk soort uitspraken blijven een kind voor eeuwig bij. Heb je mooi vastgelegd, Mili!
Hè getver. Dat is zeker een enge speknek. Mooi geschreven, Mili.
Ik zou liever vegetariër worden dan naar zo’n slager gaan.
Je verhaal roept het enge gevoel goed op!
Met recht een engnek.
Dat wrijven in de handpalm roept een benauwende sfeer op.
Brr
Klein puntje:
Alinea 1 de mijne > het mijne
@Irma, @nyceway, @Katie, dank voor jullie complimenteuze reacties. Het altijd herkend worden in een dorp was ook benauwend. Het hongerende wrijven herinner ik me als de dag van gisteren.
@Nel, veranderd. Ik vind het leuk als je foutjes bij me ontdekt. 😉
Oh, ja, een enge dikke speknek. Of maak ik me nu ook schuldig aan generaliserend gekijf? En met dat wrijfje is ie nog een stiekemerd ook.
Je hebt hufters die hufter zijn zonder dat ze het zelf goed beseffen. Dit is er zo een.
Mooi neergezet!
Gr.+ <3,
Chris
@Chris, het wrijven voelde bewust wellustig. 😉 Dank voor je compliment.
Brrrr… wat een griezel. Heel aangrijpend.
nare slager