De vos hing aan zijn achterpoten zacht wiegend in de deuropening van de schuur. Mijn opa had zojuist met een scherp mes de kop van de romp gescheiden. Ik stond er luid snikkend naast.
‘Hij at onze kippen op, Tim.’
Zijn stem klonk zwaar en warm, maar had vandaag een koud randje. Ik keek tussen de tranen door naar mijn grootvader. De man die vanaf dat moment nooit voor mij meer dezelfde zou zijn. Toen hij zich met het bebloede mes in zijn handen weer naar de vos boog, het beest begon te villen waarna de vacht als een rode, dode mantel om het levenloze dier hing, rende ik het huis in.
Huilend, naar nog dezelfde lieve oma als altijd.


Ah, wat een trauma. Gelukkig was daar oma… <3
Mooie schets. De laatste zin van de voorlaatste alinea is onduidelijk over de tijd. Wanneer rent je hp weg? Wanneer Opa zich naar de vos buigt? Als hij begint te villen? Of als hij klaar is met villen?
Het laatste zinnetje wringt voor mij ook een beetje. Is het niet beter om dit een bijzin bij de vorige zin te maken? Ik begrijp dat je met ‘dezelfde lieve oma als altijd’ een contrast wilt schetsen met de veranderde opa, maar het komt erg vertellerig op me over.
Titel vind ik heel mooi
Ik vind het taalkundig goed zo. Als dierenverzorgster komt dat verhaal wel even aan, ja.
Inderdaad een trauma. Heel mooi en beeldend geschreven zonder vals sentiment.
<3
Wat een verdriet. Het is te voelen. Zo’n afknapper voor het kleine kind!