Anton Geesink en Johan Cruijff hadden een paar dingen gemeen. Ze waren de besten in hun sport, in Nederland en ver daarbuiten. Ooit groeiden zij op in een volkswijk. De sport was hun middel om daaraan te ontsnappen. Ze hadden veel ambitie om andere kinderen dezelfde kansen te geven. Zij hadden niet zo veel op met de ‘hoge heren’ die de praktijk van de sport niet kenden.
Beide mannen lieten op latere leeftijd ook een wat minder aardige kant van zichzelf zien, die van de eeuwige gelijkhebber, die vaak in conflicten raakt. De tijd dat zij op het veld of de mat hun gelijk konden tonen was voorbij. Hun jongensdroom was uitgekomen, de pijn van hun jeugd echter nooit verdwenen.


Hoi Jose,
Hoewel ik me niet bezig houd met sport vind ik het een boeiend stuk.
Interessante gedachte, goed uitgewerkt.
@ José: moedig mooi! Heart.
Juist hen, die durf hebben om tegen de stroom in te gaan, worden het best herinnerd
José, dat Cruijff een betweter was, zeker. Maar vergeet niet dat hij te maken had met mensen die minder verstand van zaken hadden dan hij en voor eigen gewin een positie in de voetbalwereld bekleedden. Hij was ze vaak een stap voor zodat ze hem niet konden tackelen.
Anton Geesink is m.i. een ander verhaal. Hij blijkt toch niet helemaal van onbesproken gedrag te zijn…
Misschien wel de spijker op de kop @José. Heel begrijpelijk ook. Van deze super topsporters.
Intetessante analyse, José.
De vergelijking gaat mank. Anton hinkte regelmatig. Johan nooit.
Geesink liet zich inpakken als IOC bobo.
Cruyff organiseerde trapveldjes en andere activiteiten voor dej jeugd.
Je vergelijking gaat mank, maar prikkelt wel.
Mvgr. Plus hartje!
Chris