Twee staalblauwe ogen staren in haar richting. Onbeweeglijk, onbewogen, onschuldig, onwetend. De verlichting doet haar verstijven, ze staat daar doodstil, haar recht aankijkend, bevroren in de tijd.
Het moment duurt eeuwig, maar kan het onvermijdelijke niet stoppen.
Haar onderkaak maakt nog een kauwbeweging alvorens ze de sprong uit de dodelijke lichtbundel waagt. Maar het is te laat. Het moment duurt minder dan een tel, de klap is een doffe dreun. Het dier is dood, de auto total los, de bestuurster komt met de schrik vrij. Ze zal zich nooit van het moment van moord door schuld van onschuld los kunnen maken.
Aan de kant van de weg staat een kalfje haar moeder te roepen. De bestuurster antwoordt met bittere tranen.


Recente reacties